Opeens was je daar…

Opeens was je daar. Je brak door de klamme aarde, je hoofd gericht naar de blauwe lucht. Klimmen deed je, reiken tot aan de wolken. Je stond perfect, de wereld om je heen boog zich naar en rond jou. De beek leek voor je opzij te gaan en je zelfs te willen omarmen. 

En toen was het er. Je leven werd op een hoopje gegooid, je dromen van hemel reikend statuur, een wonder van de natuur, plotsklaps gefnuikt. Gekraakt en gebroken.

Niemand die nog dacht: ‘t is wel ok. Bijna hoor ik op de achtergrond nog het aantrekken van de kettingzaag. 

“Met zo’n boom kan je geen kant meer op”.

Toch bleef je doorgaan. Je uiterlijk zegt immers niet over wie je bent. Je kracht zit ‘m niet in je vorm. Je kracht is je verlangen. Je verlangen om te leven. Om te groeien. Door te groeien. 

En nu sta je daar. Van een enkel gestrekt reiken naar een paradijs voor vogels en schaduw voor allen. 

Of ging het anders? Ben je misschien oneindig verliefd op Beek? Heb je je geplooid om nader te zijn? Zijn jullie in een eindeloze dans verloren in elkaar? Boom en Beek, Beek en Boom, samen door elkaars leven. Samen verlangend naar een oneindig overleven, wars van alle gekheid om jullie heen. Samen schommelen op het ritme van de seizoenen: 

Beek zwellend, boom bloeiend.
Beek leeg, boom groen.
Beek in boom
Boombeek één
Boom bruin, beek vol
Boom leeg, beek stil

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.